Op 3 oktober verzamelden tienduizenden Spanjaarden in Madrid en Valencia hun protest tegen de woningcrisis. In Madrid stroomde een menigte over de Gran Vía, van de Plaza de España tot aan Cibeles, en riep om een algemene staking. Het Sindicato de Inquilinas telde 500.000 deelnemers, terwijl de Delegación del Gobierno de 70.000 schatte. In meer dan vijftig steden vonden vergelijkbare acties plaats, waaronder Barcelona, Málaga en Zaragoza.
De demonstratie werd uitgelokt door het wegstemmen van twee woondecreten in het Congres, waar PP, Vox, UPN en Junts tegen de maatregelen stemden. De decreten waren bedoeld om kwetsbare huurders te beschermen tegen uitzettingen en huurcontracten stabieler te maken.
In Valencia begon de mars om 11.00 uur vanaf de Porta de la Mar, op oproep van Entrebarris, het Sindicat d’Habitatge, het Sindicat de Llogateres en de Plataforma d’Afectades per la Hipoteca. Het eindpunt was het Palau de les Arts, waar die dag de vastgoedbeurs Real Estate Summit 2026 plaatsvond. Een kleine groep probeerde het hekwerk te omzeilen en drong het gebouw binnen. De politie ontruimde de groep, gebruikte traangas en rubberkogels en sloeg met wapenstokken. Negen agenten raakten gewond en één persoon werd aangehouden.
De protester‑organisatoren wijzen op een stijging van de huur in Valencia van 78 % over vijf jaar, tot gemiddeld meer dan 1.300 euro per maand, en op 2.992 uitzettingen in 2025. Ze richten hun leuzen tegen speculatie, beleggers en de zogenaamde aasgierfondsen.
Vakbond UGT overweegt een algemene staking, maar denkt eerst aan een dag van actie. Podemos‑politica Irene Montero steunt de oproep. Het kabinet van premier Pedro Sánchez overweegt vervroegde verkiezingen op 29 november, met een ondertekening rond 6 oktober.
Reizigers naar Madrid of Valencia moeten rekening houden met afgezette straten, extra drukte en een politieke strijd die de straat op trekt bij elk nieuw besluit.














