Volgens Lonely Planet zijn er vijf Spaanse steden die zich onderscheiden door hun sterke lokale identiteit en culinaire tradities, buiten de bekende grote steden Madrid en Barcelona.
Valencia blijft een van de beste plekken om te eten. De stad staat bekend om rijstgerechten zoals paella, maar biedt veel meer. In de oude wijk Ruzafa vind je moderne restaurants die lokale producten gebruiken, terwijl de Centrale Markt, een van de grootste in Europa, de rijkdom van de Valenciaanse keuken laat zien.
San Sebastián is al jaren een culinaire bestemming. Naast een aantal sterrestaurants zijn de pintxos in de oude binnenstad van groot belang. Kleine hapjes met vis, vlees of groenten vormen de basis van de lokale eetcultuur.
Córdoba valt op door haar rustige sfeer en traditionele keuken. Gerechten zoals salmorejo en flamenquín zijn kenmerkend, en in de wijk Judería vind je kleine restaurants die lokale producten aanbieden.
A Coruña, gelegen aan de Atlantische kust, heeft een sterke vis- en zeevruchtenkeuken. De haven speelt een grote rol in het dagelijks leven, en de wijk A Pescadería staat bekend om eenvoudige maar zeer verse gerechten.
Málaga heeft de afgelopen jaren een grote culinaire ontwikkeling doorgemaakt. De stad combineert traditionele tapas met moderne restaurants; de wijk Soho en het gebied rond de haven bieden nieuwe concepten. De lokale keuken blijft gebaseerd op vis, sardines en zoete wijn uit de regio.
Deze steden worden gekenmerkt door een mix van traditie en vernieuwing, een groeiende aandacht voor duurzaamheid en lokale productie, en een sterke focus op authentieke ervaringen buiten de grote steden.














