Een Nederlandse 60-plusser verdient gemiddeld tussen 4.800 en 5.200 euro bruto per maand, gebaseerd op een uurloon van 33,20 euro volgens het CBS. In Spanje is het gemiddelde bruto maandsalaris voor werknemers van 60 jaar en ouder 2.680,70 euro, volgens het INE. Dit betekent dat een Spaanse 60-plusser tussen de 52 en 56 procent van het Nederlandse loon ontvangt, of 61 procent van het loon van een Nederlandse collega in de 55‑60‑jarigen.
Het gemiddelde bruto jaarloon in Spanje bedroeg 29.540 euro, terwijl het gemiddelde netto maandsalaris 1.705 euro is. In Nederland ligt het gemiddelde netto maandsalaris op 2.926 euro. De Spaanse minimumloon (SMI) is sinds 1 januari 1.221 euro bruto per maand, verdeeld over veertien betalingen. Veel banen in horeca, toerisme en detailhandel liggen dicht bij dit bedrag, en tijdelijke contracten komen vaak voor.
Volgens de OESO liggen de Spaanse lonen in koopkracht 4,2 procent onder het niveau van 2021. Werknemers die in Spanje een lokaal contract tekenen, kunnen geen Nederlands salaris verwachten, ondanks lagere vaste lasten in sommige regio’s. Een Nederlands pensioen of AOW‑uitkering blijft in euro’s, ongeacht het Spaanse loonpeil, waardoor de financiële positie van een Nederlander die in Spanje woont anders is dan die van een Spaanse werknemer.
Deze cijfers tonen de aanzienlijke kloof in inkomensniveau tussen 60-plussers in Nederland en Spanje, met implicaties voor werk, pensioen en levensstandaard.














