Premier Pedro Sánchez heeft het Spaanse parlement ontbonden en de kiezers op zondag 29 november 2026 opnieuw naar de stembus gestuurd, eerder dan de oorspronkelijk geplande zomer van 2027. De beslissing werd maandag 5 oktober bekendgemaakt vanuit het regeringscentrum Moncloa in Madrid; koning Felipe VI was vooraf geïnformeerd.
Sánchez gaf geen persconferentie en beantwoordde geen vragen van journalisten. De formele ontbinding wordt vastgelegd door de ministerraad en gepubliceerd in de officiële staatscourant.
De politieke crisis versnelde na een belangrijke stemming op vrijdag 2 oktober, toen het parlement twee nieuwe woonmaatregelen van de regering afkeurde. Deze maatregelen waren bedoeld om kwetsbare huurders te beschermen, bepaalde huurcontracten langer te laten lopen en extra bescherming te bieden op de gespannen Spaanse woningmarkt.
De voorstellen kregen onvoldoende steun omdat onder andere de Partido Popular (PP), Vox en Junts tegenstemd. Hierdoor kwam de regering‑Sánchez opnieuw onder zware politieke druk te staan.
Wonen lijkt een van de belangrijkste thema’s van de komende verkiezingscampagne te worden. Spanje kampt al langere tijd met sterk stijgende huren, hoge koopprijzen en een tekort aan beschikbare woningen, vooral in grote steden, op de eilanden en langs populaire kustgebieden.
De partijen verschillen sterk van mening over de oplossing. De regering van Sánchez zet vooral in op meer bescherming van huurders en meer regulering van de woningmarkt, terwijl PP juist meer woningen laten bouwen en minder overheidsbemoeienis wil.
Vox wil eveneens meer bouwen, minder bureaucratie en koppelt de woningproblematiek nadrukkelijk aan immigratie en bevolkingsgroei. In zijn verklaring plaatste Sánchez de verkiezingen ook in een bredere politieke context: volgens hem moeten Spaanse kiezers kiezen tussen een progressieve koers met sociale bescherming, klimaatbeleid en publieke voorzieningen, of een rechtsere koers onder leiding van PP en mogelijk Vox.
De politieke partijen weten dat de woningmarkt een gevoelig onderwerp is. Volgens een recente peiling van het Spaanse onderzoeksinstituut CIS vindt bijna 87 procent van de Spanjaarden dat niet iedereen in het land toegang heeft tot een fatsoenlijke woning.
In de afgelopen tijd vonden bovendien verschillende protesten plaats tegen hoge huren, huisuitzettingen en woningtekorten, waaronder een tentenkamp op de bekende Puerta del Sol in Madrid, georganiseerd door huurdersactivisten. De mislukte woonwetgeving is niet het enige probleem waarmee Sánchez te maken heeft.
Zijn regering staat al langere tijd onder druk door politieke conflicten, corruptiezaken en spanningen met partijen die nodig waren om een meerderheid te behouden. Vooral de relatie met de Catalaanse partij Junts is sterk verslechterd; Junts speelde de afgelopen jaren regelmatig een doorslaggevende rol bij belangrijke stemmingen in het Spaanse parlement.
Nu die steun grotendeels is weggevallen, werd regeren steeds moeilijker. Volgens de Spaanse kieswet vinden landelijke verkiezingen 54 dagen na de officiële ontbinding van het parlement plaats, waardoor de verkiezingsdatum uitkomt op 29 november 2026.
De officiële verkiezingscampagne loopt naar verwachting van 13 tot en met 27 november. Daarna bepalen de Spanjaarden opnieuw hoe het nationale parlement wordt samengesteld.
Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen maar geen Spaanse nationaliteit hebben, kunnen bij Spaanse parlementsverkiezingen niet stemmen. Toch kan de uitslag grote gevolgen hebben, omdat de nieuwe regering onder meer het beleid rond woningmarkt, sociale voorzieningen en klimaat zal bepalen.
De komende weken zal duidelijk worden of Sánchez opnieuw voldoende steun kan verzamelen, of dat Spanje na de verkiezingen een geheel andere politieke koers inslaat.














