De Spaanse premier Pedro Sánchez staat onder toenemende politieke druk nadat het parlement twee belangrijke woondecreten van zijn regering heeft verworpen. De voorstellen waren bedoeld om huurders meer bescherming te bieden en de problemen op de woningmarkt aan te pakken, maar de minderheidsregering kreeg onvoldoende steun in het Congres. Hierdoor is een groot deel van het nieuwe woningbeleid voorlopig van tafel.
Het eerste woondecreet werd verworpen met tegenstemmen van PP, Vox, Junts en UPN. Het tweede voorstel kreeg nog minder steun; naast die partijen stemden ook PNV en Coalición Canaria tegen. Beide maatregelen vervallen slechts enkele dagen nadat ze door de regering waren aangekondigd.
Het eerste pakket bevatte onder meer extra bescherming van kwetsbare huurders tegen huisuitzetting, verlenging van bepaalde huurcontracten, strengere regels voor tijdelijke verhuur en kamerverhuur, beperkingen voor grote vastgoedinvesteerders, fiscale voordelen voor huurders en kleine verhuurders, maatregelen tegen langdurige leegstand en nieuwe regels voor toeristische verhuur. Het tweede decreet ging vooral over het automatisch verlengen van bestaande huurcontracten.
Junts, een Catalaanse partij, had voorafgaand aan de stemming betoogd dat de woningplannen niet voldoende zouden werken en mogelijk juist zouden leiden tot minder huurwoningen en hogere prijzen. De partij vroeg de regering om de twee decreten in te trekken en opnieuw te onderhandelen. De regering weigerde en bracht de voorstellen toch in stemming. Premier Sánchez verscheen zelf in het parlement om de voorstellen te verdedigen en probeerde partijen op het laatste moment ervan te overtuigen de maatregelen toch te steunen.
Sánchez waarschuwde de tegenstemmers dat kiezers uiteindelijk een oordeel zouden vormen over hun positie in de woningcrisis. Vanuit PP werd gesteld dat de regering onvoldoende parlementaire steun heeft en dat nieuwe landelijke verkiezingen nodig zijn. PSOE en de coalitiepartner Sumar beschikken samen over slechts 147 van de 350 zetels in het Congres, waardoor de regering afhankelijk is van andere partijen.
Tijdens de vorming van de regering kon Sánchez rekenen op steun of medewerking van onder andere ERC, Junts, EH Bildu, PNV, BNG en Coalición Canaria. De stemming over de woondecreten laat zien hoe moeilijk het voor Sánchez kan worden om voldoende meerderheden bij elkaar te krijgen.
Na de stemming nam de discussie over mogelijke vervroegde verkiezingen toe. Binnen PSOE en rond de regering bestaan verschillende opvattingen over de vraag of het nog zinvol is om de huidige regeerperiode tot 2027 voort te zetten. Ook oppositiepartijen PP en Vox dringen aan op nieuwe verkiezingen. Volgens Spaanse media gebruikt Sánchez dit weekend om de politieke situatie te beoordelen en gesprekken te voeren. Als Sánchez besluit het parlement op korte termijn te ontbinden, wordt zondag 29 november 2026 genoemd als een mogelijke verkiezingsdatum.
De politieke crisis speelt zich af tegen de achtergrond van grote problemen op de Spaanse woningmarkt. Vooral huurders in grote steden en populaire kustgebieden hebben de afgelopen jaren te maken gekregen met sterk stijgende woonlasten. In Madrid wordt onder andere actiegevoerd vanuit de Puerta del Sol. Huurdersorganisaties hebben aangekondigd hun protesten voort te zetten nadat de woondecreten zijn verworpen.
De partijen die tegen de plannen stemden zijn het niet noodzakelijk eens over de oplossing voor de woningcrisis. PP en Vox verzetten zich tegen verschillende vormen van verdere regulering van de woningmarkt. Junts stelt juist dat de voorgestelde maatregelen onvoldoende effectief waren en in sommige gevallen averechts zouden werken. De partij heeft aangegeven bereid te zijn opnieuw met de regering te onderhandelen over een ander woonpakket.
De regering staat nu voor de keuze om opnieuw te onderhandelen met de partijen waarvan zij afhankelijk is of delen van het pakket afzonderlijk opnieuw in te dienen. Daarmee is de Spaanse woningcrisis niet opgelost door de stemming van vrijdag. Integendeel: de discussie over huurprijzen, huisuitzettingen, vastgoedinvesteerders en het tekort aan betaalbare woningen gaat verder. De komende dagen moeten duidelijk maken of Sánchez voldoende vertrouwen ziet om zijn regering tot 2027 voort te zetten, of dat Spanje mogelijk nog vóór het einde van 2026 opnieuw naar de stembus gaat.














