In Spanje wordt met een ander pak kaarten gespeeld dan in Nederland. De baraja española bestaat uit 40 of 48 kaarten, verdeeld over de kleuren munten (oros), bekers (copas), zwaarden (espadas) en knuppels (bastos). De afbeeldingen verschillen: in plaats van boer, vrouw en heer staan er een sota (page), een caballo (ridder) en een rey (koning). Naast het spelen van kaartspellen zijn er ook puzzels, zoals Murdoku, die recentelijk zowel in Spanje als in Nederland populair is geworden.
Een van de populairste spellen is Cinquillo. Het doel is simpel: als eerste al je kaarten kwijt zijn. De speler met de vijf van oros begint. Daarna worden kaarten per soort in oplopende of aflopende volgorde gelegd, vergelijkbaar met patience. De regels zijn eenvoudig, maar tactiek speelt een rol, bijvoorbeeld door een kaart vast te houden om een tegenstander te blokkeren.
Brisca is een traditioneel kaartspel dat in veel delen van Spanje voorkomt en verwant is aan het Italiaanse briscola. Spelers proberen slagen te winnen en punten te verzamelen. Niet elke kaart heeft dezelfde waarde, dus het draait om het kiezen van de juiste kaarten.
Mus, een spel met Baskische oorsprong, wordt meestal met vier spelers in twee teams gespeeld. Er is geen geld aan het spel, maar punten worden bijgehouden met steentjes en amarracos. Mus kent een eigen woordenschat: mus, envido en órdago, en gebruik van señas, gezichtsgebaren die informatie over de kaarten geven.
Tute, waarschijnlijk van Italiaanse oorsprong, draait om slagen en troef. Het doel is punten te verzamelen met kaarten uit gewonnen slagen. Er zijn varianten voor twee tot vier spelers.
Escoba is een spel zonder troef. Het draait om het getal vijftien. Open kaarten liggen op tafel; met een kaart uit je hand maak je een combinatie die precies vijftien punten waard is. Als je alle kaarten van tafel kunt pakken, scoort je een extra punt. Aan het einde tellen zowel de escobas als de verzamelde kaarten mee.














