Op 1 oktober 2026 stemden de ministers van Binnenlandse Zaken van de Europese Unie definitief voor een nieuwe Return Regulation die het mogelijk maakt dat lidstaten mensen die geen recht meer hebben om in de EU te verblijven, onder bepaalde voorwaarden kunnen overbrengen naar ‘return hubs’ in landen buiten de Europese Unie. Spanje stemde tegen, België onthield zich, en de overige lidstaten steunden de regeling.
De nieuwe regels stellen dat een EU-lidstaat een overeenkomst kan sluiten met een derde land om daar een terugkeercentrum op te zetten. Personen die volgens de geldende procedure geen recht hebben om in de EU te blijven en tegen wie al een terugkeerbesluit is genomen, kunnen dan naar zo’n centrum worden gebracht. Het gaat niet automatisch om iedereen die asiel aanvraagt of illegaal de EU binnenkomt; er moet sprake zijn van een wettelijk niet‑rechtmatig verblijf.
Een lidstaat mag mensen niet zomaar naar een willekeurig derde land sturen; er moet een overeenkomst bestaan en het land moet internationale mensenrechtennormen naleven, waaronder het principe van non‑refoulement. Niet‑begeleide minderjarigen zijn uitgesloten van plaatsing.
Spanje heeft zich tijdens de onderhandelingen verzet tegen het onderdeel over buitenlandse terugkeercentra. Minister van Binnenlandse Zaken Fernando Grande‑Marlaska stelde vragen over de juridische basis en proportionaliteit, en vreest dat de rechten van de betrokken personen onvoldoende beschermd kunnen worden. De Spaanse regering heeft bovendien aangegeven geen gebruik te willen maken van return hubs in derde landen.
De Europese Commissie en de Raad benadrukken dat een groot deel van de mensen die een terugkeerbesluit krijgen, uiteindelijk niet daadwerkelijk vertrekt; in 2025 was het aandeel uitgevoerde besluiten ongeveer 28 procent.
Naast de buitenlandse centra bevat de verordening ook maatregelen voor mensen die geen recht hebben om in de EU te blijven, zoals het verplichten tot samenwerking met autoriteiten, mogelijke sancties, en in sommige gevallen strengere regels voor veiligheidsrisico’s, waaronder langere detentie.
Duitse, Nederlandse, Oostenrijkse, Deense en Griekse lidstaten werken gezamenlijk aan een concreet model voor een return hub, met plannen om vanaf 2027 de eerste mensen naar een centrum in Afrika te overbrengen.
Het Europees Parlement stemde op 17 juni 2026 al in met de overeenkomst (418 voor, 218 tegen, 30 onthielden zich). De definitieve goedkeuring door de Raad op 1 oktober heeft de wetgevingsprocedure afgerond; de verordening wordt gepubliceerd in het Publicatieblad en treedt de volgende dag in werking. Sommige onderdelen krijgen een overgangsperiode van twaalf maanden. De goedkeuring betekent niet dat de EU automatisch een groot deportatiecentrum in Afrika bouwt; het creëert een juridisch kader waarmee lidstaten of groepen afspraken met derde landen kunnen maken. Een lidstaat is niet verplicht om een return hub te gebruiken; Spanje heeft aangegeven dit niet te willen doen, terwijl andere landen plannen hebben om er vanaf 2027 gebruik van te maken.













