Op de eerste vrijdag van oktober viert men Wereldglimlachdag, een initiatief van Harvey Ball uit 1999. De dag is bedoeld om een goede daad te verrichten en iemand te laten glimlachen.
Een echte Duchenne‑glimlach, die ook de oogspieren activeert, is moeilijk te forceren en geeft een signaal van veiligheid. Onderzoek van Tara Kraft en Sarah Pressman toont aan dat deelnemers die tijdens een stressvolle taak glimlachen, hun hartslag sneller laten dalen, ook als ze alleen de lach nabootsen.
De zogenaamde facial‑feedback‑theorie, die stelt dat het gezicht de stemming bepaalt, is recentelijk met kleine effecten bevestigd. Een lach is echter vooral besmettelijk; het bevordert sociale verbondenheid.
In Spanje worden kleine ontmoetingen – een bakker die tien minuten praat, een buurman die met een “buenos días” begroet – gezien als smeerolie voor het sociale weefsel. Nederlanders daarentegen interpreteren een neutraal gezicht vaak als betrouwbaar.
Een studie van Jeroen Nawijn laat zien dat vakantiegangers tijdens en vóór hun reis gelukkiger zijn, maar dat het effect snel verdwijnt na terugkomst. In internationale geluksranglijsten scoort Nederland hoger dan Spanje, maar expats die in Spanje wonen, tonen na verloop van tijd een toename in spontane glimlachen, wat niet noodzakelijkerwijs gelijkstaat aan een hogere levensvreugde maar wel aan een meer frequent sociaal contact.
De siesta‑mentaliteit leert dat men niet eerst iets bewezen hoeft te hebben voordat men kan ontspannen. Op Wereldglimlachdag lijkt het motto simpel: lach eerst, ook als je niet zeker weet of de ander teruglacht.














