Volgens recente cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) gaven Nederlanders in de zomer van 2025 het hoogste bedrag aan kaartbetalingen in de Spaanse horeca, met een totaal van €684 miljoen. Frankrijk volgt met €504 miljoen en Italië met €450 miljoen. In het eerste kwartaal van 2026 leidde Oostenrijk de kaartbetalingen in de horeca, met €399 miljoen, een weerspiegeling van de skivakantie.
De kaartbetalingen in Spanje zijn seizoensgebonden. In elk kwartaal is de horeca de grootste sector, met een piek in het derde kwartaal. In 2025 bedroeg de totale kaartbetaling in Spanje ongeveer €1,4 miljard, waarvan bijna de helft in bars, restaurants en terrassen. De cijfers tonen een stijgende trend: van circa €975 miljoen in het derde kwartaal 2022 naar €1,39 miljard in 2025. Ook het eerste kwartaal steeg, van ruim €400 miljoen in 2022 naar ongeveer €730 miljoen in 2026, en het tweede kwartaal 2026 bereikte al €1,15 miljard.
Op het gebied van alle branches waren in mei en juni 2026 de hoogste kaartbetalingen afkomstig uit Duitsland, Ierland en Frankrijk. Ierland scoorde hoog door betalingen voor online diensten, terwijl Duitsland en Frankrijk vooral winkel- en horeca‑betalingen omvatten.
In Spanje groeit het aandeel digitale betalingen met 41 % het afgelopen jaar, vergeleken met 13 % in Nederland en 17 % in België. De Spaanse betaalapp Bizum wint terrein en mobiele pinterminals komen vaak op terrassen. Hoewel de Spaanse wet het recht op contant betalen beschermt, gebruiken veel mensen de kaart voor het afrekenen op terrassen en nemen ze cash bij een bankautomaat. Commercial ATMs rekenen doorgaans vier tot vijf euro per opname, terwijl Spaanse bankautomaten tussen de vijftig en tachtig cent kosten. Voor toeristen die vaak naar Spanje reizen, is het praktisch om de rekening op het terras met de kaart te betalen en cash bij een pinautomaat te halen.














