De N‑260 leidt van Portbou aan de Costa Brava naar Sabiñánigo in Aragón, waarna de N‑330 en N‑240 de weg vervolgen naar Hondarribia aan de Baskische kust. De totale afstand bedraagt ongeveer 750 km, met de N‑260 zelf 470 km lang. De route beslaat vier regio’s en voert langs bergpassen tot bijna 1.800 m. Het wegdek is goed, maar de vele bochten maken de reis tijdrovend.
De beste periode om de Pyreneeën te doorkruisen is van mei tot oktober. In de winter liggen veel passen onder sneeuw, waardoor kettingen soms vereist zijn. Sinds 10 december 2024 is het stuk tussen Campo en de Congosto de Ventamillo zonder snelheidsbeperking, na een verbreding van 5,5 m naar 8 m en de aanleg van twee tunnels.
In Catalonië begint de route met een bochtige kustweg via Colera naar Llançà, gevolgd door de A‑26 tussen Besalú en Olot. De weg klimt over de Coll de Coubet en Coll de Canes, passeert de 1,8‑km‑lange Collabós‑tunnel en bereikt Ripoll. De 50‑km‑lange klim naar Puigcerdà over de Collada de Toses (1.790 m) is bijzonder bochtig.
Aragón biedt de Coll de Espina (1.407 m) en Coll de Fadas (1.470 m) voordat de weg door Castejón de Sos, Congosto de Ventamillo en Collado de Foradada leidt naar Aínsa. Een nieuwe 2,6‑km‑lange Pedralba‑tunnel brengt de route in minder dan twintig minuten naar Sabiñánigo.
Vanaf Sabiñánigo volgt de N‑330 naar Jaca, waarna de N‑240 naar het stuwmeer van Yesa gaat. Van daaruit zijn twee opties: een snelle route via de A‑21 en A‑15 naar San Sebastián, of een rustige bergroute door Navarra via Valle de Roncal, Ochagavía, Selva de Irati en Roncesvalles, die uiteindelijk de N‑121‑A naar Irun en Hondarribia leidt.
Camperplaatsen zijn verspreid over de route. In Catalonië zijn er onder meer betaalde plekken in Besalú, La Seu d’Urgell en La Pobla de Segur, en een gratis terrein in Ripoll. In Aragón staan de camperplaatsen in Aínsa, Fiscal en Jaca, terwijl Navarra de grootste faciliteit in Isaba heeft. Hondarribia kent een kleine officiële area; veel kampeerders kiezen voor de camping bij de vuurtoren Faro de Higer.
De route biedt tal van bezienswaardigheden: Cap de Creus, Cadaqués, het Dalí‑museum in Figueres, de middeleeuwse brug van Besalú, de vulkanenstreek La Garrotxa, de vallende Cola de Caballo, de kathedraal en Ciudadela in Jaca, het klooster San Juan de la Peña en het bos van Selva de Irati. Hondarribia zelf combineert een ommuurd centrum, de kleurrijke visserswijk La Marina en het bergmassief Jaizkibel.
Voor optimale omstandigheden wordt juni of september aanbevolen, wanneer de passen sneeuwvrij zijn en de bergdorpen rustiger dan in augustus. Voor wie extra tijd heeft, kan een detour via het stuwmeer van Yesa naar Sos del Rey Católico, Ondués de Lerda en het geboortehuis van Franciscus Xaverius in Navarra een interessante afwisseling bieden.














