Op donderdagnacht, kort voor half zes, raakten gemaskerde overvallers het Archeologisch Museum van Villena binnen. Met breekijzers forcerden ze een zijingang en namen binnen vier minuten een groot deel van de collectie, waaronder de Schat van Villena, een van de rijkste bronstijdschatten van Europa, met een geschatte waarde van rond de vijf miljoen euro. De dieven lieten drie zilveren vazen, een armband, een deel van een staf en een gouden kroon achter.
Dit incident is het derde museumroof in Spanje dit jaar. Op 25 april raakten de dieven het Archeologisch Provinciaal Museum van Badajoz binnen en namen 144 van 149 munten uit de Schat van Villanueva, een verzameling uit de 18e en 19e eeuw. Het museum, beheerd door de Junta de Extremadura, beschikte niet over beveiligingscamera’s.
Op 28 juli raakten vier gemaskerde daders het Museo de Albacete binnen. In minder dan een minuut verdwenen er 200 gouden munten uit twee collecties, gevonden in de dorpen Madrigueras en Villamalea. Het alarm klonk, maar het beveiligingspersoneel kon de dieven niet tegenhouden.
Tot op heden zijn er geen arrestaties en blijft de buit spoorloos. Musea met kleinere budgetten, vaak buiten de grote steden, blijken kwetsbaar voor snelle, gerichte overvallen. Volgens de Spaanse wet zijn archeologische vondsten automatisch staatseigendom en moeten ze direct worden gemeld; diefstal van bewaard erfgoed valt onder strafrecht.
De Schat van Villena, ontdekt in 1963 door archeoloog José María Soler nabij de stad Villena, bestaat uit 66 stukken, waaronder armbanden, kommen en flessen van goud, sommige met meteorietijzer. De burgemeester van Villena uitte zich zichtbaar aangeslagen en noemde de schade voor de stad onherstelbaar.
Voor bezoekers met interesse in geschiedenis is dit een herinnering dat niet elk museum dezelfde beveiliging heeft als de grote landelijke instellingen.






