In Spanje wonen, wandelen of werken in de natuur betekent dat men op elk moment een slang kan tegenkomen. Volgens de Asociación Herpetológica Española zijn er ongeveer 14 verschillende soorten, waarvan 11 ringslangen en 3 adders. In oudere publicaties worden soms 13 soorten genoemd, omdat de wetenschappelijke indeling in de loop der jaren is veranderd.
Van de 14 soorten produceren vijf een gif. De Aspisadder (Vipera aspis), de Wipneusadder (Vipera latastei) en de Seoane‑adder (Vipera seoanei) hebben voorin de bek een giftand en kunnen effectief gif injecteren; deze drie adders vormen het enige reële gevaar voor mensen. De Hagedisslang (Malpolon monspessulanus) en de Westelijke mutsslang (Macroprotodon brevis) hebben gif, maar hun giftanden zitten achter in de bek, waardoor ernstige vergiftiging zeldzaam is.
De verspreiding van de adders verschilt sterk. De Aspisadder komt vooral voor in het noordoosten en de Pyreneeën. De Seoane‑adder leeft in het koelere, vochtige noorden, onder meer in Galicië, Asturias, Cantabrië en delen van het Baskische gebied. De Wipneusadder heeft het grootste gebied en is te vinden in centraal, oostelijk en zuidelijk Spanje.
De meeste Spaanse slangen zijn ongevaarlijk. Voorbeelden zijn de hoefijzerslang, trapslang, adderringslang en mediterrane ringslang. De Hagedisslang kan meer dan twee meter lang worden, maar grootte zegt weinig over het gevaar. De adderringslang lijkt soms op een adder en maakt zich bij gevaar breder, waardoor mensen denken dat ze een giftige slang zien.
Slangen vallen mensen zelden aan. Ze proberen bij een ontmoeting vrijwel altijd te ontsnappen. Een beet ontstaat vooral wanneer iemand op een slang stapt, hem probeert op te pakken of het dier geen mogelijkheid meer heeft om weg te komen. De herpetologische vereniging benadrukt dat rust en afstand houden de beste reactie is.
Slangen komen ook rond woningen voor, vooral bij stenen muren, houtstapels, veel begroeiing, water of een overvloed aan prooidieren. Als men een slang ziet, moet men het dier met rust laten en voldoende ruimte geven om weg te kruipen. Het is niet aan te raden om een slang zelf te vangen of te doden.
Slangen spelen een belangrijke rol in het ecosysteem door onder andere muizen en ratten te eten. Ze zijn bovendien beschermd.
Bij een mogelijke adderbeet is medische beoordeling essentieel. Blijf rustig, beweeg het gebeten lichaamsdeel zo min mogelijk en verwijder ringen of horloges die bij zwelling kunnen knellen. Ga zo snel mogelijk naar een medische dienst of bel 112 bij ernstige klachten. Snijd de wond niet open, probeer het gif niet uit te zuigen en leg geen strak tourniquet aan. De richtlijnen adviseren het aangedane lichaamsdeel te immobiliseren en het slachtoffer snel medisch te laten beoordelen.
Kortom: slangen in Spanje zijn veel minder gevaarlijk dan vaak wordt gedacht. Er zijn ongeveer 14 soorten, waarvan vijf gif produceren. Slechts drie – de adders – vormen een serieus potentieel risico. Ontmoetingen en beten zijn zeldzaam, omdat de dieren liever vluchten dan aanvallen. Afstand houden en het dier rustig zijn weg laten vervolgen is de beste aanpak.








